WODC: Wat niet weet, wat niet deert; naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens in de praktijk

De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is op 1 september 2001 in werking getreden. De Wbp is de opvolger van de Wet persoonsregistraties (hierna: WPR). Met de Wbp is de Richtlijn betreffende de bescherming van de natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (hierna: Privacyrichtlijn) geïmplementeerd.

In de Wbp zijn de belangrijkste regels voor het vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens vastgelegd. Het doel van de Wbp is allereerst om waarborgen te bieden waarmee een evenwicht tussen privacybescherming en andere grondrechten wordt bewerkstelligd. Daarnaast wordt de positie van de personen wiens gegevens worden verwerkt versterkt door hen rechten toe te kennen en aan verantwoordelijken daarmee corresponderende plichten op te leggen. Versterking van de positie van deze betrokkenen vindt eveneens plaats door het opleggen van een meldingsplicht en het aanwijzen van het College bescherming persoonsgegevens als toezichthouder.

Pro Facto heeft onderzoek gedaan naar de werking van de Wbp in de praktijk. Onderzocht wordt in hoeverre zich knelpunten voordoen. Bovendien wordt beschreven hoe informatie-uitwisseling verloopt en wat partijen zich daarbij voorstellen. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: in hoeverre voldoet de werking van de Wbp in de praktijk aan de doelstellingen van de wet, in het bijzonder gelet op de in de literatuur gesignaleerde knelpunten en welke aanpassingen zijn mogelijk en wenselijk binnen het kader van de EU-richtlijn?

Het onderzoek is uitgevoerd in een samenwerkingsverband van Pro Facto met de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde (RuG) en De Jong Beleidsadvies.



Zoeken