Hoe ervaren verdachten, slachtoffers, advocaten, rechters en medewerkers van het Openbaar Ministerie de OM-strafbeschikking? Die vraag stond centraal in een onderzoek van Pro Facto en de Universiteit Utrecht (Benny van der Vorm en Joep Lindeman).
Wat is een OM-strafbeschikking?
Een OM-strafbeschikking is een straf die het Openbaar Ministerie (OM) zelf kan opleggen, zonder tussenkomst van een rechter. Het gaat meestal om kleinere strafbare feiten die vaak voorkomen, zoals winkeldiefstal of vernieling. De procedure moet zorgen voor een snelle en efficiënte afhandeling van strafzaken.
Positieve ervaringen met snelheid en efficiëntie
Uit het onderzoek blijkt dat betrokkenen over het algemeen positief zijn over de OM-strafbeschikking. Geïnterviewden noemen vooral de snelheid van de procedure als voordeel. Ook zorgt de OM-strafbeschikking voor minder druk op de rechtspraak.
Verdachten niet altijd goed geïnformeerd
Tegelijkertijd noemen geïnterviewden ook verschillende aandachtspunten. Zo begrijpen verdachten volgens betrokkenen niet altijd goed waarvoor zij precies worden bestraft en welke gevolgen een OM-strafbeschikking heeft. Ook krijgen verdachten soms pas toegang tot belangrijke documenten nadat zij in verzet (bezwaar) zijn gegaan tegen de strafbeschikking. Volgens de onderzoekers zou het OM verdachten en slachtoffers beter kunnen informeren, bijvoorbeeld over wat hen tijdens de procedure te wachten staat.
Positie van slachtoffers vraagt aandacht
Verder blijkt uit het onderzoek dat slachtoffers minder rechten hebben dan in een procedure bij de rechter. Zo hebben zij geen spreekrecht en kunnen zij niet aanwezig zijn bij het hoorgesprek, waarin de officier van justitie de zaak en de voorgenomen oplegging van de strafbeschikking bespreekt met de verdachte. Volgens sommige betrokkenen vraagt de positie van slachtoffers daarom extra aandacht.
Twijfels over verdere uitbreiding
Ook over plannen om de OM-strafbeschikking nog meer in te zetten bestaan twijfels. Sommige geïnterviewden vragen zich af of de voordelen van efficiëntie dan behouden blijven. Zij verwachten dat verdachten dan vaker in verzet gaan tegen de strafbeschikking, en dat uitvoering van de strafbeschikking (executie) dan vaker mislukt. Zaken zouden dan alsnog bij de rechter komen.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), het onafhankelijke onderzoeksinstituut voor het ministerie van Justitie en Veiligheid.