Wie asiel zoekt in Nederland, heeft recht op opvang tijdens de asielprocedure. Sinds 2022 is er een tekort aan opvangplaatsen. Daardoor verblijft een groot deel van de asielzoekers in tijdelijke noodopvanglocaties. Om te voorzien in structurele opvanglocaties en een einde te maken aan de noodopvang is op 1 februari de zogenaamde Spreidingswet in werking getreden. Hiermee werd beoogd om duurzaam voldoende opvangplaatsen te realiseren en opvangplaatsen op een evenwichtige wijze te verdelen over Nederland. Duidelijk is al dat de toepassing van de Spreidingswet plaatsvindt in een sterk verdeelde politiek-bestuurlijke context.
Samen met de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen gaat Pro Facto de wet evalueren. We gaan kijken naar de doelstellingen en het resultaat van de wet (de hoeveelheid en kwaliteit van opvangplaatsen), het proces van uitvoering dat tot dat resultaat heeft geleid, de waardering/evaluatie van doel, resultaat en proces door betrokkenen en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken. Opdrachtgever is het WODC. Heinrich Winter en Bert Marseille zijn de projectleiders.
Voor het onderzoek gaan we cijfers verzamelen over de uitvoering, inventariseren we ervaringen en brengen we het verloop van de besluitvorming in beeld met registratieanalyses, interviews, vragenlijstonderzoek en casestudies. Ben je betrokken bij de gemeentelijke opvang van asielzoekers? Dan nemen we het komende jaar misschien contact met je op. Heb je nuttig informatie die je met ons wilt delen? Schroom niet en weet ons te vinden!